|
FCI-Standard
N° 338 / 25. 02. 2004 / NL
THAI RIDGEBACK DOG
Oorsprong : Thailand.
Ras eigenschap : Waak - Jacht hond.
Datum publicatie origineel geldend rasstandaard:
26.05.2003.
FCI'S
CLASSIFICATIE :
Groep 5 Spitsen
en oertypes.
Selectie 7 Primitieve jachthond.
geen werkhonden selectie.
KORTE SAMENVATTING GESCHIEDENIS :
De Thai Ridgeback Dog is een zeer oud ras dat terug te vinden
is in de archeologische documenten in Thailand,
welke meer als 350 jaar geleden geschreven zijn. Het ras werd
vooral gebruikt als jacht hond in het oostelijke deel van Thailand.
Tevens werd hij gebruikt als waak hond. De voornaamste reden
dat de hond nog zijn originele type zolang heeft behouden
komt door het slechte transportsysteem in oost Thailand. Daardoor
werden de kansen op kruisingen met andere rassen verkleind.
UITERLIJK :
Medium - formaat hond met korte haren die een ridge vormen
over de rug. Het lichaam is iets langer dan de hoogte van de
schouders / schoft. De spieren zijn goed ontwikkeld, en is
qua bouw geschikt voor vele activiteiten. VERHOUDING
VAN HET LICHAAM :
Lengte lichaam : Hoogte schoft = 11 : 1O
Diepte borst : Hoogte schoft
= 1 :
2
TEMPERAMENT :
Stoere en actieve hond met zeer goede springcapaciteit. En
een loyale familie hond.
HOOFD:
Schedel : De schedel
is plat tussen de oren, maar lichtjes rond gevormd van de zijkant
bekeken.
Voorhoofd : Gerimpelde huid als de hond alert
is.
Stop : Duidelijk aangegeven, maar bescheiden.
Neus : Zwart, bij blauwe honden is de neus ook blauwachtig
van kleur.
Neus overgang: Recht en lang.
Bek : Wig - vormig en iets korter dan de schedel.
Lippen : Strak met goede pigment.
Mond : Zwart markering op de tong heeft voorkeur.
Kaak : boven en onder kaak zijn sterk.
Tanden : Wit en sterk schaargebit.
Ogen : Medium en amandel vormig. Oogkleur is donkerbruin en
bij de blauwe honden is amberkleurig toegestaan.
Oren : Plaatsing op de zijkant van de schedel. Medium en driehoekig
van vorm, welk een gespitste en oplettende uitdrukking geven.
Niet gecoupeerd!!
NEK :
Medium lengte en sterk gevormd, lichtjes gehoekt om hoofd
hoog te houden.
LICHAAM :
Rug : Sterk en gelijkmatig.
Uiterlijk : Sterk en breed.
Kruis : geleidelijk aflopend naar onder / binnen.
Borst : Diep genoeg zodat het de ellebogen kan raken. De ribben
zijn netjes naar elkaar toelopend, maar niet ton - vormig.
Onderkant : De buik loopt op naar de heupen.
STAART :
Aan het begin dik, maar loopt geleidelijk dunner naar het
einde toe. Het einde van het spronggewricht raken. De staart
dient rechtop gedragen te worden met een lichte krul.
VOORHAND :
Schouder : Goed naar
achter gelegen.
Voorbenen : Recht.
Borst: Van voren gezien
recht gevormd, maar vanaf de zijkant ziet met dat deze lichtjes
afloopt.
Voeten: Ovaal
Nagels: Zwart, maar
kunnen lichter zijn, afhankelijk van de vachtkleur.
ACHTERHAND :
Dijen : Goed ontwikkeld
en goed gebogen.
Hakken : Sterk en goed
naar beneden lopend.
Achterzijde borst : Recht
en loopt parallel van achteren gezien.
Voeten: Ovaal
MANIER VAN
LOPEN :
Grote pas, maar geen beweging te zien op het lichaam.
Bij normale snelheid loopt alles parallel. Als men
van de voorkant kijkt, zullen de voorbenen op en neer bewegen
in rechte lijn met de schouder. Als men van de achterkant
kijkt, zullen de hakken en heupen ook in een lijn bewegen.
Bewegingen op een rechte lijn voorwaarts, zonder de voeten
in en uit te gooien, dus onmogelijk om de pas lang te maken,
maar de kracht sterker. Het totale plaatje van het bewegen
van de hond is afgebeeld als een geheel
dat gelijkmatig en op een gebalanceerde ritme loopt.
HUID :
Zacht, fijn en strak.
Keel : geen hangkwab .
VACHT :
Haren : Kort en zacht.De ridge op de bovenkant van het lichaam
wordt gevormd door haren die in tegengestelde richting groeien
ten opzichte van de rest van de vacht. Het moet duidelijk te
onderscheiden zijn van andere delen van het lichaam. Er zijn
diversen vormen en lengtes van een ridge, maar moet altijd
symmetrisch lopen aan beide zijden van de ruggengraat en binnen
de breedte van de rug. Kronen of krullen aan het begin van
de ridge worden geaccepteerd.
Kleur : volledig een kleur : rood,
zwart, blauw en heel licht bruin (isabella). Zwart masker is
een voorkeur bij de rode kleur.
GROOTTE :
Ideale hoogte bij de schoft: Reu 56-61 cm
Teef 51-56 cm.
Er is een tolerantie van plus of minus 2.5 cm
FOUTEN :
Alles wat niet in de voorgaande punten wordt genoemd, moet
gezien worden als een fout. De graadmeter van hoe erg de fout
is moet welk overeenkomen met de totale beoordeling.
Elk ander gebit dan een schaargebit
Ongelijkmatige ridge.
FOUTEN DIE UITGESLOTEN DIENEN
TE WORDEN :
Agressieve of erg schuwe
honden.
Honden zonder ridge
Lange haren.
Iedere hond die duidelijke psychische problemen of abnormaal gedrag vertoont zal gedisqualifiseerd worden.
N.B .:
Reu dient twee duidelijke, normale gevormde testikels te hebben, welke duidelijk in het scrotum zijn ingedaald..
Terug naar boven.
|